Logo belwind
Language: NL | FR | EN

Navigatie

Milieu

Nieuwsbrief

Meld je aan voor de digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte van Belwind.

Flora en fauna

Monitoring

Het is moeilijk te zeggen wat de nadelige effecten op het milieu zijn. Daarom zal Belwind gedurende 6 jaar een milieu-monitoring uitvoeren. Daarmee zal duidelijk worden wat de precieze effecten zijn en kan Belwind voorzien in een aantal compensaties voor het milieu.

Nu al voorziet Belwind in een aantal compensaties. Zo kan de overheid via een interventievaartuig snel en adequaat reageren als er sprake zou zijn van milieuverontreiniging op zee. Belwind stelt ook een aantal financiële garanties opdat de site na de ontmanteling in zijn oorspronkelijke toestand hersteld kan worden.


Onderwatergeluid

Het onderwatergeluid veroorzaakt door de draaiende windturbines op de Bligh Bank is zeer moeilijk te voorspellen. Dit geluidsniveau zal veel lager zijn dan bepaalde geluiden tijdens de constructiefase (heien, baggeren) maar is langdurig.

Daarnaast veroorzaken de aanwezige masten ook geluid. De stroming van het water zal iets anders verlopen en golven zullen tegen de masten slaan. Er zal ook extra geluid zijn door de scheepvaart van werkvaartuigen.

Bij het beoordelen van de mogelijke effecten van geluid onder water zijn er zeer veel onzekerheden en onbekende factoren. De kans bestaat dat lawaai onder water effect heeft op groei, voortplanting en overleving van organismen, op het vinden van prooien en op het communiceren of het gebruik van bepaalde gebieden.

Daarom heeft Belwind al talrijke maatregelen toegepast om het onderwatergeluid te verminderen en de blootstelling van zeezoogdieren aan het geluid te vermijden.

Preventieve maatregelen die de blootstelling van zeezoogdieren aan het geluid vermijden

1. Tijdens periodes wanneer er meer zeezoogdieren in het gebied zijn of tijdens de paaiperiode van bepaalde vissoorten die mogelijk hinder ondervinden, zijn er geen werken.

2. Wanneer er zich zeezoogdieren in de buurt van de werf bevinden, worden de werken stopgezet of wordt er niet begonnen.

3. Zeezoogdieren worden weggejaagd rond de werf door middel van akoestische toestellen zoals pingers en seal scares.

4. Het aanvangen van het heien d.m.v. een ramp-up procedure, waarbij het maximale
geluidsniveau pas na een half uur of een uur bereikt wordt.


Maatregelen die het geluidsniveau verminderen

1. Het aanpassen van het systeem van het heien: aanpassen van het heiblok, langer contact tussen heiblok en paal, minder energie gebruiken tijdens het heien (cfr. Schultz – von Glahn et al., 2006; Nehls et al., 2007).

2. Boren in plaats van heien - zie http://www.we-at-sea.org dd. 30 oktober 2007. Het is niet duidelijk of dit op zee reeds technisch mogelijk is.

3. Het intrillen (‘vibro-piling’) van de paal in plaats van heien.

4. Het aanbrengen van een absorberende laag (polyethyleenschuim) rond de paal. Dit kan het geluidsniveau, afhankelijk van de frequentie, met 5 tot 20 dB verminderen.              De diameter van de paal bij het experiment was 2,2 meter, de waterdiepte 8,5 meter (Schultz – von Glahn et al., 2006).

5. Het voorzien van een luchtbellengordijn rond de paal tijdens het heien. Hoewel soms getwijfeld wordt aan het nut van een bellengordijn, konden geluidsreducties aangetoond worden van 3 tot 30 dB bij bepaalde frequenties (bijvoorbeeld Würzig et al., 2000, Laughlin, 2007, Vagle, 2003).

6. Effecten door stroming kunnen de efficiëntie van een bellengordijn sterk aantasten. Indien de luchtbellen een stijgsnelheid van 0,3 m/s hebben, en de stroming 1 knoop bedraagt, dan hebben de luchtbellen een verplaatsing ondergaan aan de oppervlakte van 34 meter. Een systeem dat de luchtbellen binnen een bepaald gebied houdt, is duurder, maar kan de effecten door stroming verminderen, en het geluid met 10 – 20 dB verminderen (David, 2006, Laughlin, 2007; Nehls, 2007). Daarnaast kunnen bronnen voor luchtbellen voorzien worden op verschillende dieptes rond de paal.            

                                                   
Naast deze maatregelen heeft België in het kader van ASCOBANS (Overeenkomst inzake de bescherming van de kleine walvisachtigen in de Oostzee en de Noordzee) ook aanvaard dat de partijen zouden streven naar het vermijden van significante verstoring, in het bijzonder van akoestische aard (Conservation and Management plan in de Bijlage bij de Overeenkomst).

De kolonies grijze en gewone zeehonden het dichtst bij de windmolenparksite op
de Bligh Bank bevinden zich aan de Nederlandse kust (Zeeland), op circa 80 kilometer afstand.

Er werd voldoende aangetoond dat grote drukverschillen, zoals deze veroorzaakt door sterke geluidsbronnen, potentieel zeer schadelijk kunnen zijn voor zeezoogdieren, onafhankelijk van een relatie tussen de frequentie van het geluid en de frequentie waarvan de zeezoogdieren gebruik maken bij de communicatie, de oriëntatie en het foerageren.

Zeehonden zijn volgens de meeste onderzoekers minder gevoelig voor geluid dan bruinvissen (in Gordon et al., 2007). Bovendien verblijven zeehonden overwegend dicht bij de kust, waar zich rustplaatsen en kolonies bevinden, en zijn ze minder frequent aanwezig verder op zee, waaronder in het windmolenparkgebied.

(Bron: Milieueffectenbeoordeling Belwind, december 2007)


Is het aanleggen van een windmolenpark op zee schadelijk voor vissen?

Bij de aanleg van offshore windmolenparken worden hoge geluidswaarden gemeten, vergelijkbaar met die van onderwaterexplosies.

Tijdens de bouw van het windmolenpark van Egmond aan Zee werden maatregelen genomen om bruinvissen te verjagen voordat met het heien van de palen werd begonnen. Dit gebeurde met zogenaamde "pingers", akoestische toestellen die een onderwatergeluid voortbrengen dat ze niet prettig vinden, maar dat verder geen kwaad kan. Tijdens de bouw van dit park werden geen vissterfte of extra aanspoelingen van vissen op de kust geconstateerd.  

Tijdens de bouw van Belwind werd eveneens gepingd, werd strikt volgens een ramp-up procedure gewerkt (waarbij de intensiteit van de slagen bij het heien geleidelijk werd opgevoerd) en werd continu uitgekeken naar de nabijheid van zeezoogdieren.  Er werden tijdens de bouw geen zeezoogdieren in de nabijheid van de Bligh Bank opgemerkt, noch werd enige vissterfte vastgesteld tijdens een monitoring gedurende de gehele periode van de bouw.


Is het geluid van draaiende windmolens op zee schadelijk voor het zeeleven?

Windmolenparken produceren onderwatergeluid. Omdat het effect van het geluid op de dieren nog niet helder is, kan nog niet gezegd worden of dit schadelijk is voor het milieu. Bij de keuze voor de locatie van windmolenparken wordt wel rekening gehouden met de effecten van geluid op het zeeleven.  
De grote afstand tot de meest nabijgelegen robbenkolonie, en de afwezigheid van meldingen of rapporten (in de laatste 80 jaar) van de aanwezigheid van bruinvissen of  andere zoogdieren in de omgeving van de Bligh Bank, doen vermoeden dat de impact miniem zal zijn.

Bij het offshore windpark Egmond aan Zee, dat sinds het begin van 2007 technisch operationeel wordt gebruikt als demonstratieproject door de overheid, worden de effecten op natuur en milieu onderzocht. Acht onderwatermicrofoons vangen de geluidssignalen op van bruinvissen waarmee de bewegingen van deze zeezoogdieren worden gemeten. Twaalf zeehonden zijn met een zendertje uitgerust om hun gedrag te peilen. De opgedane kennis wordt gebruikt bij de realisatie van andere windmolenparken.

Hoe reageren vogels op de windmolens op zee?

Vogels kunnen tegen de windmolens aanvliegen. In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, maken moderne windmolens nauwelijks meer vogelslachtoffers dan oudere, kleinere exemplaren. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van energiebedrijf Nuon, in samenwerking met Vogelbescherming Nederland.

Vogelbescherming Nederland steunt de ontwikkeling van windmolenparken op zee. Daarbij maakt Vogelbescherming wel onderscheid tussen dicht bij de kust gelegen locaties en locaties die ver uit de kust liggen (verder dan 22 kilometer). Vanwege de te verwachten negatieve effecten voor vogels is Vogelbescherming geen voorstander van parken dicht bij de kust. Veel trekroutes en voedselgebieden liggen in de kustzone van de Noordzee. Het windenergiebeleid moet zich dan ook vooral richten op far-/ off-shore locaties. Het park van Belwind komt op een offshore locatie, 46 kilometer uit de kust. Monitoring zal worden uitgevoerd op de Bligh Bank tijdens de bouw en exploitatie van het windpark, al zijn er relatief weinig vogels zo ver op zee.
(Bron: www.meewind.nl)