Logo belwind
Language: NL | FR | EN

Navigatie

Milieu

Nieuwsbrief

Meld je aan voor de digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte van Belwind.

Wettelijke voorzieningen en organen

1 - Het Milieu Effecten Rapport: een samenvatting

Als onderdeel van de vergunningsaanvraag stelde Belwind een milieu-effectenrapport (MER) op. In dit MER worden de effecten van het windmolenpark op de mariene omgeving uitgebreid bestudeerd en beschreven.

In de niet-technische samenvatting kunt u het volledige onderzoek lezen. Hieronder vindt u alvast een korte samenvatting per fase:

Inrichtingsfase en ontmanteling
De werken tijdens de bouw (installeren funderingen : +/- 6 maanden) en de afbraak (2040) zullen het gebied tijdelijk verstoren. Er zal tijdelijk ook meer geluid zijn, zowel boven als onder het water. Verwacht wordt dat sommige zeezoogdieren en vissen die op de bodem leven, het gebied tijdelijk zullen verlaten.

Exploitatiefase
Tijdens de exploitatie worden de mogelijke negatieve effecten zoveel mogelijk opgevangen. Zo wordt erosie zo goed als mogelijk vermeden door erosiebescherming rond de turbines aan te leggen en te monitoren. Verder is de kans op verontreiniging van water en bodem bijzonder klein.

Wat kan men nog verwachten? Een verhoogde en veranderde biodiversiteit door de creatie van harde substraten. Op sommige zeezoogdieren en vogelsoorten na zullen de meeste diersoorten geen hinder ondervinden van het windpark. Daarnaast zou de traditionele visserij in de buurt zelfs baat hebben tijdens de exploitatie van het windpark.

Het windpark ligt ver van de kust en verstoort het uitzicht van de kustlijn dus niet.

Kabels
Wanneer de kabels in zee gelegd worden (met een snelheid van 1 minuut per meter), zullen de bodem en daarin levende dieren lokaal verstoord worden. Deze invloed beperkt zich tot de onmiddellijke omgeving en verdwijnt na een tijd.

De invloeden van de elektromagnetische straling, geluid en trillingen en de lokale opwarming van de bodem tijdens de exploitatie zijn onzeker maar ook beperkt tot de nabije omgeving.

En de 3 parken samen?

De drie windparken samen leveren een belangrijke bijdrage tot de voor België vooropgestelde reductiedoelstellingen voor SO2, NOx en CO2.

Wat is het effect van de drie windparken samen? Is dit groter dan de optelsom van de 3 parken? Door te werken in verschillende fases worden de negatieve gevolgen zoveel mogelijk vermeden.

De meeste gebruikers van de Noordzee zullen dan ook geen hinder ondervinden doordat er drie windparken opgesteld staan. Wel zullen bepaalde vogels (zoals de Alk, Zeekoet en Jan van Gent) hun habitat zien verkleinen door de uitstralende werking van het windturbinepark.

Het onderwatergeluid van de windturbines blijft beperkt tot het gebied tussen de turbines.

Lees hier de niet-technische samenvatting.


2 - Milieu Effecten Beoordeling (MEB)

Het milieueffectenrapport werd beoordeeld door de BMM, de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee en het Schelde-estuarium.  

De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), een federale wetenschappelijke instelling die valt onder het Federaal Wetenschapsbeleid (vroeger bekend onder de naam DWTC).

De milieueffectenbeoordeling (MEB) door het BMM over het windpark van Belwind kan u lezen op de site van de BMM.

Het advies van de BMM over het windpark aan de minister en het voorstel tot Voorwaarden en Aanbevelingen kan u hier vinden.


3 - Milieu Effecten Monitoring (MEM)

Volgens de verkregen Vergunning en Machtiging moet er gedurende 6 jaar (jaar 0 + 5 jaar) een Milieu Effecten Monitoring of MEM uitgevoerd worden om de effecten op het milieu op te volgen en te meten. De inhoud van dit monitoringpakket kan u hier lezen.

Belwind NV betaalt voor dit onderzoek 2,3 miljoen euro aan de federale overheid en voert daarnaast ook zelf onderzoeken uit ter waarde van 2 miljoen euro.

Lees hier het jaarlijkse uitvoeringsverslag.

4 - Begeleidingscomité

De relatie tussen de elektriciteitscentrale en de verschillende overheden wordt beheerd vanuit een zogenaamd begeleidingscomité.

Dat begeleidingscomité heeft als opdracht om elke fase van de bouw, exploitatie en ontmanteling van de activiteit te volgen, met inbegrip van de kabels. Zo kan men nagaan of de wet en de vergunning worden nageleefd.

Het begeleidingscomité bestaat voor de volledige duur van de activiteit en blijft in functie tot de dag waarop de minister het herstel van de site na ontmanteling heeft goedgekeurd.

Wie zit in het begeleidingscomité?

  • het bestuur (BMM)
  • een afgevaardigde van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu – DG Marien Leefmilieu
  • een afgevaardigde van de FOD Economie, Middenstand en Energie die door de minister van Energie wordt aangesteld
  • een afgevaardigde van FOD Mobiliteit en vervoer, mariene transport
  • de vergunningshouder
  • certificatiemaatschappij die door de houder werd aangesteld en door de minister werd goedgekeurd


Hoe vaak komt het comité samen?

Tijdens de bouw- en voorbereidende fase komt het begeleidingscomité ten minste één keer voor en één keer na elke fase samen.

Tijdens de exploitatie komt het comité minstens één keer per jaar samen. Het begeleidingscomité kan steeds bijeengeroepen worden op vraag van een van de leden.

Bij gebrek aan consensus binnen het begeleidingscomité legt het bestuur het probleem voor aan de minister. Het comité kan zich ook laten bijstaan door andere overheidsdiensten en/of externe deskundigen.


5 - Certificatiemaatschappij

De houder stelt op eigen kosten een certificatiemaatschappij op. Die kijkt na of de activiteit conform is met de geldende nationale en internationale normen en standaarden.

Deze maatschappij volgt ook op of de vastgestelde normen en standaarden worden nageleefd tijdens het ontwerp, de bouw, de exploitatie (en onderhoud) en de ontmanteling van de installaties die voor de activiteit worden ingezet (inclusief de kabels en erosiebescherming).